Hoe Ik Het Rouwvocabulaire Maak Dat Mist in Onze Taal

Wij wensen elkaar sterkte in moeilijke tijden. Nadat mijn moeder overleed, realiseerde ik me dat ik nieuwe woorden nodig had.

Become a Member!

Share on Pinterest
Share with your friends










Submit

Sterkte. Dat is wat we in het Nederlands zeggen om elkaar kracht te wensen als er iets moeilijks is gebeurd. We wensen elkaar nooit zachtheid of de openheid om het allemaal te kunnen ervaren.

Sterk zijn is een deugd. Rationeel zijn is een kwaliteit. De controle hebben getuigt van kracht. Met zulke standaarden in onze maatschappij is het moeilijk om ruimte te creëren voor pijn en rouw.

Mijn moeder overleed aan kanker toen ik 20 was. Vlak erna stuurde een vriendin mij een condoleancekaart: ‘Ik zou willen dat er betere woorden waren in het Nederlands om dit te zeggen, maar die hebben we niet. Dus zeg ik het in het Engels: ‘I’m so sorry for your loss.’

Meteen realiseerde ik me dat ze een punt had. In het Nederlands hebben we niet iets vergelijkbaars. We hebben ‘gecondoleerd’ of ‘met oprechte deelneming’, wat we overal voor gebruiken: we zeggen het als we horen dat iemand is overleden en het is wat we zeggen als we na een begrafenis een rij vormen om de familie te condoleren. Het is fijn dat we deze woorden hebben, maar het is nogal formeel. Ik zou willen dat we wat warmers hadden, iets dat voelt als een omhelzing. 

Al snel merkte ik dat het niet alleen op het moment van condoleren is dat we niet de juiste woorden hebben. Er zijn zoveel gaten in onze taal op het gebied van verlieservaringen. Toen mijn moeder net was overleden had ik geen idee hoe ik met deze gaten in onze taal om moest gaan, en ook al had ik het wel geweten, dan had ik er de energie niet voor gehad.

Ook toen al wist ik dat taal macht heeft. Het heeft de potentie om een nieuwe realiteit te creëren. De juiste woorden weten te vinden voor wat ik doormaak kan me minder eenzaam maken; een heel ander gevoel dan wanneer ik in cliché uitspraken verval.

Als geestelijk verzorger is het mijn taak om mensen te begeleiden bij zingeving en levensvragen. Belangrijke bronnen hierbij zijn filosofie, religie en psychologie. Deze disciplines verschaffen belangrijke inzichten over de betekenis van het leven en hier begon ik dan ook mijn zoektocht naar de woorden voor rouw. Ik merkte dat de woorden die het meest resoneerden hun oorsprong vonden in lichamelijke sensaties. Ik begon daardoor steeds beter op te letten wat er bij mij van binnen gebeurde en merkte dat mijn lichaam van alles te zeggen had. Ik begon een logboek waarin ik mijn ervaringen vastlegde. 

Een van de dingen die mij opvielen was dat ik wanneer ik over mijn moeder sprak, ik heen en weer bewoog tussen de verleden en de tegenwoordige tijd. Als ik tegen mezelf praatte in mijn hoofd gebruikte ik de tegenwoordige tijd, omdat dat was wat ik mijn leven lang had gedaan en het meest passend voelde. Maar als ik hardop praatte sprak ik in de verleden tijd, zoals het hoorde. Alsof er één juiste manier was om te rouwen, en ik het goed wilde doen.

Ik had gehoopt dat ik eerder had beseft wat er aan de hand was. Had ik maar kunnen zeggen: ‘Mijn moeder is in een tussenruimte – en ik ook. Ik wil nog niet over haar praten in de verleden tijd. Na verloop van tijd zal dat gebeuren, en ik ben daar nu nog niet.’ Maar op dat moment had ik dat perspectief nog niet. Ik had er de woorden nog niet voor. Nu noem ik deze ervaring ‘de tussenruimte’. 

In mijn ontwikkeling als mens was het loslaten van ‘het goed willen doen’ een belangrijke stap. In plaats van te proberen te voldoen aan verwachtingen, begon ik de dingen op mijn eigen manier te doen. ‘Verwachtingen van wie?’, vraag je je misschien af; en ik wist het eigenlijk niet eens precies. Misschien van de maatschappij, misschien had ik de verwachtingen van mensen om me heen eigen gemaakt of misschien waren het mijn eigen angsten. Ik had het gevoel dat als ik de dingen ‘op de juiste manier’ zou doen, ik dan beschermd zou zijn. Natuurlijk zouden er dingen mis gaan, maar ik zou niet breken, kapot gaan, op de bodem van de put belanden. 

Deze houding van hard werken, je best doen en de controle hebben is een belangrijke houding in onze samenleving, net zoals in veel westerse maatschappijen. In Nederland zijn we trots op deze hardwerkende houding. ‘Normaal doen’ wordt gewaardeerd (het was zelfs een tijd het motto van de VVD). Niet met je kop boven het maaiveld uitsteken is de norm. Maar op jonge leeftijd leerde ik dat hard werken en normaal doen me niet zullen sparen. Zo werkt het leven niet. Er zullen dingen gebeuren. Nare dingen. Dus kan ik maar beter leven zoals ik zelf wil leven. Ik ben niet veilig, ik zal geraakt worden, het zal pijn doen en ik kan me daar al helemaal niet voor beschermen door de dingen volgens het boekje te doen. Dat was precies de les die ik te leren had om het leven weer de moeite waard te maken. 

Dit inzicht leidde tot het publiceren van mijn Rouwwoordenboek. Ik wilde iets creëren dat mensen helpt om zich af te stemmen op de wijsheid van hun lichaam en helpt om de tijd te nemen om hun innerlijke ervaringen te beschrijven. Mijn eigen ervaringen neem ik hierbij als voorbeeld van hoe dat eruit kan zien, om zo te inspireren en samen te ontdekken. Zodat mensen weten: je bent niet alleen en je bent niet gek. Het rouwwoordenboek deed me beseffen dat we een ervaringsgerichte benadering van rouw nodig hebben. Van daaruit kunnen we een ervaringstaal ontwikkelen die passend is. Ik voeg nog steeds woorden toe aan mijn logboek, omdat ik nog steeds nieuwe aspecten van mijn rouw tegenkom.

Daarnaast richtte ik Verlieskunst op samen met Marlon, een bevriende illustrator uit Amsterdam. Samen maken we kaarten voor allerlei soorten verliezen. De verlieskaarten zijn een alternatief voor de formele condoleancekaarten. Dit gebrek aan kaarten zou je kunnen zien als een metafoor voor hoe we met rouw omgaan en hoe weinig aandacht we ervoor hebben. Het lijkt alsof we er niet teveel aandacht op willen richten, alsof we bang zijn dat het dan toeneemt. In mijn ervaring is juist het tegenovergestelde waar. Ruimte maken voor elkaars pijn is juist precies wat pijn nodig heeft, het onder het tapijt vegen maakt dat het in stilte gaat broeien. 

Marlon en ik maken kaarten die je niet alleen kort na een overlijden kunt sturen (het klassieke condoleancekaartmoment), maar juist ook bij anticiperend verlies of als een verlies al langer geleden is. Op deze manier bouwen we een wereld die beter in staat is verdriet te dragen en ruimte te maken voor allerlei verliezen – want het leven is er vol van. We hebben onze webwinkel deze week geopend en alle berichtjes die we ontvangen, bestellingen die worden geplaatst en uitnodigingen voor evenementen die we krijgen, geven ons het gevoel dat we op het juiste pad zitten. Mensen zijn op zoek naar verdieping en verbinding, misschien zelfs alleen maar meer in deze uitdagende coronatijden.

Please read the English version here.

Babet te Winkel woont in Utrecht. Hier studeerde ze aan de Universiteit voor Humanistiek. Ze wordt massagetherapeut, gespecialiseerd in rouw en verlies. Ze is medeoprichtster van Verlieskunst. Haar droom is om een boek over rouw te publiceren. 

Become a Member!

Share on Pinterest
Share with your friends










Submit

Comments

comments